Naar de inhoud Naar het menu

Elke dag één kaart, en 's avonds terugkijken

Tarot leren in 7 dagen · Les 5

Een legging is de manier waarop je tarotkaarten neerlegt. Elke plek in een legging heet een positie, en elke positie heeft een eigen betekenis. De eenvoudigste legging die er bestaat, heeft maar één positie: één kaart voor vandaag. Dat heet een dagkaart. Het lijkt bijna te simpel om een legging te noemen. Toch is het de beste manier om te beginnen.

Waarom één kaart per dag zo goed werkt

In de vorige lessen heb je gezien hoe het deck in elkaar zit. Maar 78 kaarten leer je niet kennen door een lijst te lezen. Je leert ze kennen door ze te zien naast je eigen leven. Een dagkaart doet precies dat. Elke dag krijg je één kaart, en die leg je naast één echte dag.

Na een paar weken heb je een groot deel van het deck voorbij zien komen. Niet als losse betekenissen, maar als herinneringen. Je weet dan nog dat Pentakels Acht de kaart was van die dag dat je urenlang aan iets saais werkte. Zo'n herinnering blijft veel beter hangen dan een omschrijving uit een boek.

Eén ding wil ik er eerlijk bij zeggen. Een dagkaart vertelt je niet wat er vandaag gaat gebeuren. Tarot is een manier om naar je eigen situatie te kijken. De kaart geeft je een beeld, en jij kijkt welk deel van je dag daarin terugkomt.

's Ochtends: trekken en kijken

Trek je kaart aan het begin van de dag. Kijk eerst alleen naar de afbeelding, nog voordat je de betekenis opzoekt. Wat zie je? Wie staat erop? Wat doet die persoon?

Neem Pentakels Acht als voorbeeld. Je ziet een jonge man aan een werkbank. Hij hakt met hamer en beitel een pentakel uit: een gouden schijf met een ster met vijf punten erop. Een rij afgewerkte pentakels hangt al naast hem. In de verte ligt een stad, maar daar kijkt hij niet naar. Hij is helemaal bij zijn werk.

Schrijf in één of twee zinnen op wat je ziet. Bijvoorbeeld: iemand die rustig en precies doorwerkt, zonder af te dwalen. Daarna kun je de betekenis opzoeken, als je wilt. Bedenk dan kort waar dit beeld vandaag zou kunnen opduiken. Misschien op je werk, misschien bij een klus in huis.

En dan laat je het los. Je hoeft de hele dag niet aan de kaart te denken. Het gaat juist om wat je 's avonds terugziet.

's Avonds: teruglezen

Aan het eind van de dag pak je je notitie erbij. Kijk nog een keer naar de kaart en stel jezelf een paar vragen. Waar zag ik vandaag iets van dit beeld? Bij mezelf, bij iemand anders, in een situatie? Ging het anders dan ik vanochtend dacht?

Bij Pentakels Acht kan het van alles zijn. Misschien heb je een rapport tot in de puntjes afgemaakt. Misschien zag je een collega geduldig iets uitzoeken. Of misschien merkte je juist dat je overal snel doorheen raasde, en dat je eigenlijk graag één ding goed had gedaan.

Schrijf ook dit kort op. Twee of drie zinnen is genoeg. Het teruglezen is het belangrijkste deel van deze oefening. 's Ochtends gok je nog. 's Avonds weet je hoe de dag echt was.

De kaart die niet lijkt te kloppen

Soms past de kaart helemaal niet bij je dag. Ik merk dat beginners dat jammer vinden, of denken dat ze iets verkeerd doen. Maar juist zo'n kaart is vaak de interessantste.

Stel dat je Zwaarden Vier trekt. Op de afbeelding ligt een ridder op een stenen graf, met zijn handen gevouwen. Boven hem hangen drie zwaarden aan de muur, een vierde ligt onder hem langs het graf. Alles is stil. Het is een kaart over rust en even niets doen.

En dan heb je een dag waarop je van de ene afspraak naar de andere rent. Klopt niet, denk je. Maar kijk nog eens. Had je die rust misschien nodig, en heb je hem overgeslagen? Was er één moment waarop je even stil zat en dat fijn vond? Of liep iemand om je heen die wel rust nam?

Een kaart die niet klopt, dwingt je om beter te kijken. Naar de kaart, maar ook naar je dag. Je gaat zoeken naar wat er ontbrak, en dat zegt vaak meer dan wat er wel was.

Hetzelfde geldt voor De Kluizenaar. Je ziet een oude man in een grijze mantel, alleen op een besneeuwde bergtop, met een lantaarn in zijn hand. Trek je hem op een dag vol drukte en gezelligheid, vraag je dan af: wanneer was ik vandaag even met mijn eigen gedachten bezig? En miste ik dat misschien?

Belangrijk: ga de kaart niet dwingen. Soms vind je echt geen verband, en dat is ook goed. Schrijf dan gewoon op dat je hem niet herkende. Vaak zie je een paar dagen later ineens wel waar het over ging.

Wat je na een week ziet

Als je een week lang elke dag een kaart trekt, lees je je notities eens achter elkaar. Let op wat terugkomt.

Kreeg je veel kaarten uit de Grote Arcana, de 22 kaarten met een eigen naam zoals De Dwaas en De Wereld? Die gaan vaak over grotere thema's. Kreeg je vooral kaarten uit de Kleine Arcana, de 56 kaarten in vier kleuren? Kijk dan welke kleur het meest voorkwam. Veel Bekers kan wijzen op een week waarin gevoelens een grote rol speelden. Veel Pentakels op een week vol werk, geld of praktische zaken.

Trek je een hofkaart, een kaart met een persoon erop zoals een Schildknaap, Ridder, Koningin of Koning? Vraag je dan 's avonds af of je die persoon vandaag tegenkwam. Of dat je zelf zo was.

Wil je een kaart opzoeken die je trok? Op de pagina met alle tarotkaarten vind je ze allemaal bij elkaar.

Oefening

Trek vandaag één kaart met de legging "Tarot dagkaart" op de site. Pak een schrift of open een notitie op je telefoon.

Vanochtend: kijk eerst alleen naar de afbeelding. Schrijf op wat je ziet: wie staat erop, wat doet die persoon, wat valt je op? Schrijf daarna in één zin op waar je dit beeld vandaag zou kunnen tegenkomen.

Vanavond: lees je notitie terug en kijk opnieuw naar de kaart. Schrijf op waar je iets van dit beeld zag, bij jezelf of bij een ander. Past de kaart niet? Schrijf dan op wat er vandaag misschien ontbrak. Lukt dat ook niet, noteer dan gewoon dat je hem niet herkende.

Doe de oefening

Krijg elke ochtend een les in je mail

7 dagen elke dag een les, daarna de wekelijkse brief over de kaarten. Gratis, en afmelden kan altijd met één klik.