Een goede vraag en drie kaarten
Tarot leren in 7 dagen · Les 6
Een vraag waar de kaarten iets mee kunnen
Voordat je kaarten trekt, bedenk je een vraag. Dat lijkt het makkelijkste deel. Toch merk ik dat beginners hier vaak vastlopen. Niet omdat de kaarten moeilijk zijn, maar omdat de vraag niet past bij wat tarot kan.
Tarot is een manier om met plaatjes naar je eigen situatie te kijken. Een kaart laat een beeld zien, en dat beeld zet je aan het denken. Het is geen voorspelling die al vastligt. Daarom werkt een vraag het best als hij aan twee dingen voldoet.
Hij is open. Een gesloten vraag kun je met ja of nee beantwoorden: "Krijg ik die baan?" Een open vraag begint met wat, hoe of waarom: "Wat kan ik doen om goed voor de dag te komen bij dat gesprek?" Op de eerste vraag geeft een plaatje van een man met een lantaarn weinig antwoord. Op de tweede vraag wel. Misschien moet je je beter voorbereiden, of eerst voor jezelf op een rij zetten wat je wilt.
Hij gaat over jou. "Wat denkt hij van mij?" of "Gaat mijn zus sorry zeggen?" zijn vragen over iemand anders. Je kunt niet in het hoofd van een ander kijken, ook niet met kaarten. Draai de vraag daarom om naar jezelf: "Hoe kan ik omgaan met deze ruzie met mijn zus?" Daar kun je iets mee, want je eigen gedrag heb je wel in de hand.
Een paar voorbeelden van omdraaien:
- "Komt het goed met mijn relatie?" wordt "Wat heb ik nodig in mijn relatie?"
- "Moet ik verhuizen?" wordt "Wat speelt er mee in mijn twijfel over verhuizen?"
- "Wordt mijn baas boos?" wordt "Hoe breng ik dit bij mijn baas?"
De legging met drie kaarten
Een legging is een vaste manier om kaarten neer te leggen, waarbij elke plek een eigen betekenis heeft. Zo'n plek heet een positie. Bij de legging met drie kaarten leg je de kaarten naast elkaar, in deze volgorde:
- Verleden: wat achter je ligt en nog meespeelt.
- Heden: hoe het er nu voor staat.
- Toekomst: waar het heen gaat als je op dezelfde weg verder gaat.
Let op dat laatste. De kaart op toekomst zegt niet wat er gaat gebeuren alsof het al vastligt. Hij laat zien welke kant het op beweegt. Ben je het daar niet mee eens, dan kun je zelf iets anders doen.
Je vindt deze legging bij de kaartleggingen op de site, onder de naam "3 Tarotkaarten".
Dezelfde kaart, een andere plek
De positie verandert hoe je een kaart leest. Neem Zwaarden Drie. Op de afbeelding zie je een rood hart met drie zwaarden erdoorheen. Achter het hart regent het uit grijze wolken. Het is een kaart over verdriet dat hard binnenkomt.
- Ligt Zwaarden Drie op verleden, dan gaat het om pijn die al gebeurd is. Een teleurstelling of verlies dat je nog meedraagt, en dat bepaalt hoe je nu naar dingen kijkt.
- Ligt de kaart op heden, dan zit je er nu middenin. De kaart vraagt je om het verdriet niet weg te duwen.
- Ligt de kaart op toekomst, dan lees je hem als een waarschuwing: als je zo doorgaat, loop je kans op een teleurstelling. Dat is een reden om op te letten, niet om bang te worden.
Het is steeds dezelfde kaart met hetzelfde plaatje. Maar door de plek verschuift het verhaal. In andere leggingen kom je ook posities tegen als "advies" of "wat je tegenhoudt". Daar lees je dezelfde kaart weer op een andere manier.
Een voorbeeld
Stel, je vraag is: "Wat kan ik leren van de onrust op mijn werk?" Je trekt drie kaarten.
Op verleden ligt De Toren. Dit is een kaart uit de Grote Arcana, de 22 kaarten over de grote thema's in een leven. Je ziet een hoge toren waar de bliksem in slaat. Er komen vlammen uit de ramen en twee mensen vallen naar beneden. Op deze plek denk je aan iets dat plotseling veranderde: een collega die vertrok, of een plan dat in één keer niet doorging.
Op heden ligt De Kluizenaar. Een oude man staat alleen op een berg, met een lantaarn in zijn hand. Hij trekt zich terug om na te denken. Misschien doe jij dat nu ook. Je houdt je wat afzijdig en zoekt uit wat je zelf eigenlijk wilt.
Op toekomst ligt Pentakels Acht. Deze kaart hoort bij de Kleine Arcana, de 56 kaarten in vier kleuren over het gewone dagelijkse leven. Een man zit aan een werkbank en maakt de ene pentakel na de andere: ronde schijven met een ster erop. Hij werkt rustig en precies.
Lees de drie kaarten nu als één verhaal. Er gebeurde iets dat de boel op zijn kop zette. Nu neem je afstand en denk je na. Als je zo doorgaat, pak je het werk weer op, stap voor stap en met aandacht. Het antwoord op je vraag zou kunnen zijn: na een schok mag je eerst even stilstaan, en daarna bouw je rustig verder. Zoek bij drie kaarten altijd naar zo'n lijn van links naar rechts.
Wanneer past een ja/nee-trekking?
Soms wil je gewoon een kort antwoord. Bij een ja/nee-trekking trek je één kaart en kijk je of het beeld licht of zwaar aanvoelt. De Zon, met een lachend kind op een wit paard, lees je dan als ja. Zwaarden Drie lees je als nee.
Dat past bij kleine vragen waar niet veel van afhangt: "Is vandaag een goede dag om die klus te beginnen?" Eén kaart kan een thema laten zien, een stemming, of één ding om op te letten. Wat één kaart niet kan, is uitleggen waarom. Hij laat ook niet zien hoe iets zich ontwikkelt. Voor een grote beslissing is één kaart dus te weinig. Dan heb je meer aan een open vraag en drie kaarten.
En merk je dat je kaarten blijft trekken tot je het antwoord krijgt dat je wilt? Dan weet je eigenlijk al wat je hoopt. Dat is ook een antwoord.
Oefening
Bedenk een open vraag over jezelf, over iets dat nu echt speelt. Begin met wat of hoe, en laat andere mensen erbuiten. Schrijf de vraag op in je schrift of in een notitie op je telefoon.
Open daarna de legging "3 Tarotkaarten". Denk aan je vraag terwijl de kaarten geschud worden en trek drie kaarten: verleden, heden, toekomst.
Schrijf per kaart twee dingen op:
- Wat je op het plaatje ziet, zo gewoon mogelijk.
- Wat dat betekent op deze positie, voor jouw vraag.
Schrijf tot slot één of twee zinnen die de drie kaarten als één verhaal lezen. Let op of je de neiging hebt je vraag achteraf te veranderen. Noteer dat ook.